Tuinvogels het hele jaar door voeren

Tuinvogels zijn vooral gebaat bij wintervoeding. Toch kunnen voedseltekorten op elk moment van het jaar optreden. Het is dan ook goed om vogels het hele jaar door te voeren. Je geeft vogels een betere kans om te overleven mochten er toch voedseltekorten ontstaan. 

Herfst en winter

Vogels hebben energierijk (vetrijk) voedsel nodig tijdens het koude winterweer om hun vetreserves op peil te houden om de extreem koude nachten te overleven. Gebruik alleen vogelvoer van goede kwaliteit. Pas de gegeven hoeveelheid altijd aan de vraag van de vogels aan en laat nooit niet overgebleven voedsel zich ophopen rond de voederbakken. Probeer de vogels op vaste momenten te voeden zodat ze hier aan kunnen wennen en weten wanneer ze bij jou terecht kunnen. Bij slecht weer (regen en kou) mag je ze de vogels best 2 keer per dag voeren: ‘s ochtends en in de vroege namiddag.

Lente en zomer

Tijdens de zomermaanden hebben vogels eiwitrijk voedsel nodig. Denk bijvoorbeeld aan gedroogde insecten. Het advies is om in de lente en zomer de vogels met onderstaande voedingsmiddelen te voeren. Zorg daarnaast voor een goede hygiëne.

Voeding vogels lente en zomer

  • Zwarte zonnebloempitten, rozijnen en krenten, milde geraspte kaas, meelwormen, mengsels voor insectenetende vogels, vogelzaad zonder losse pinda’s
  • Zomerzaad mengsel, denk bijvoorbeeld aan strooivoer high energy plus met meelwormen. Zachte appels en peren in tweeën gesneden, bananen en druiven zijn ook goed.

Vermijd op dit moment het gebruik van pinda’s, vet en brood, aangezien deze schadelijk kunnen zijn als moedervogels ze aan hun nestjongen voeren. Vetbollen kunnen bij warm zomerweer zacht en ranzig worden en moeten worden vermeden. Commercieel geproduceerde vetblokken zijn geschikt voor zomer voeding maar restjes mag je na 3 weken weggooien. 

Tijdelijk voedseltekort bij tuinvogels

Tijdelijk voedseltekort kan op bijna elk moment van het jaar optreden. Extra vogelvoer maakt een behoorlijk verschil tijdens het broedseizoen. Vogels bepalen hun broedperiode om de beschikbaarheid van natuurlijk voedsel te benutten: regenwormen in het geval van merels en zanglijsters, en rupsen in het geval van mezen en vinken. Tijdens nat en koud weer kan er een ernstig tekort ontstaan aan insectenvoer. Ook wanneer het uitzonderlijk droog is zullen regenwormen niet beschikbaar zijn voor grond voedende vogels. De grond wordt dan te hard. Een oplossing hiervoor zijn gedroogde meelwormen. 

Natuurlijke voedseltekorten

Als er voedseltekorten optreden wanneer vogels jongen in het nest hebben kun je de vogels helpen door voedsel op tafel of op de grond te zetten. Moeder vogels voeden zich in eerste instantie zelf en als de situatie erger wordt nemen ze het voedsel mee naar het nest. De ruiperiode is belangrijk en het soort vogelvoer ook. Leg tijdens de lente- of zomermaanden nooit losse pinda’s, droog hard voedsel, grote stukken brood op tafel. Dat kan voor problemen zorgen.